Carla

18 juli 2018 was het zover. Mijn reis naar India begon en vele uren later mochten wij elkaar op het vliegveld van Hyderabad in de armen sluiten. Erg fijn, zeker na de lange tijd dat ik heb uitgezien om daadwerkelijk in India op bezoek te komen.

Ik heb drie weken met Prempaul, Alice en Martha opgetrokken in het dagelijkse leven. Ik heb genoten van alles: van de gesprekken die we hebben gehad, van het spelen en knuffelen met Martha, maar ook van de uitstapjes die we hebben gemaakt. Tijdens die uitstapjes heb ik iets kunnen zien van het werk wat zij daar doen. Zo zijn we, voor de veiligheid op een afstand, langs een van de vuilnisbelten gereden waar Prempaul wekelijks mag komen. Het heeft een diepe indruk bij mij achter gelaten. Die dampende hopen afval te zien waar mensen wonen. Mensen waar een ander niet naar omkijkt… ze worden door de Heere niet vergeten!

Tijdens de zondagsschool is het mooi te zien dat de kinderen zo aandachtig luisteren naar het verhaal uit de kinderbijbel en ook het enthousiasme waarmee de liederen worden gezongen. De kerk die is gebouwd, wordt vol dankbaarheid gebruikt door de kleine ‘gemeente’ die daar is ontstaan en waar iedereen met elkaar meeleeft.
In deze weken die zo snel zijn omgevlogen heb ik mogen zien wat door Petrus werd gepreekt in het huis van Cornelius (Hand. 10: 34-36): bij God is geen aanneming des persoons en Hij is een God van allen.

Ik heb India verlaten met een koffer vol spullen, maar ook met een hoofd vol herinneringen.

Prempaul en Alice Pulipati

“Ik ben het Levende Brood Dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.”  ~Johannes 6:51~